
De komende twee weken verblijf ik met de ploeg van ‘Coach Verhaeren’ op Curaçao voor een trainingsstage. Weer een stap in de richting van de Olypmpische Spelen en onderdeel van het plan – do – check – act-proces, zoals dat in het bedrijfsleven zo mooi heet.
Natuurlijk is Curaçao een prachtige plek om de winter, of wat daarvan over is, in Nederland te ontglippen. Maar uiteraard gaan we daar niet op vakantie. Juist vanwege de winter met de soms bijbehorende ongemakken zoals bv. verkoudheid of griepje gaan we trainen in een milder klimaat. Daarnaast zijn de buitenlucht en de zon zeer welkom voor sporters die normaliter al hun trainingen in binnenbaden met chloorlucht afwerken.
De zon zorgt voor een extra vitamine D-aanmaak die, zo blijkt uit onderzoek, steeds meer een bepalende factor is voor een beter herstel en een beter immuunsysteem.
Planmatig past dit trainingskamp dus mooi in de opbouw naar de Olympische kwalificatiewedstrijden en de OS zelf natuurlijk. We leggen op Curaçao een mooie basis door met name duurtrainingen (omvang) en techniekwerk te verrichten. Vol vitamine D en met een mooie basis als het gaat om techniek en uithoudingsvermogen kunnen we dan de maanden februari t/m april de zwaardere en specifiekere trainingsprikkels goed verwerken en stijgen naar een hoger niveau. Eind april start dan de laatste cyclus van 3 maanden voor de Olympische Spelen. Niet geheel toevallig weer buiten en in de zon. Tenerife! (inderdaad, daar heb ik mooie -en minder mooie- herinneringen aan)
Exact een jaar geleden waren wij ook op Curacao waar onder andere onderstaand filmpje is opgenomen. Hierin vertelt Coach Verhaeren waarom wij in Curacao op trainingskamp zijn.
Dit is het filmpje waar ik het over heb in mijn column van vandaag:
De feestdagen zijn voorbij en ik ben weer lekker aan het trainen. Rond kerst en de jaarwisseling neem ik altijd vakantie. Mijn batterij moet weer opgeladen worden, zowel fysiek als mentaal. Ik heb in die tien dagen dan ook niet één baantje gezwommen.
De hele dag op de bank liggen is ook niks voor mij, mijn lichaam is gewend aan vijfentwintig uur training in de week. Als dat ineens ophoudt, zoek ik andere dingen om mijn energie kwijt te kunnen raken, zoals het bezoeken van familie. Ik weet dat veel mensen het zien als een verplichting en liever andere dingen doen, maar wanneer je zoals ik veel in het buitenland bent en sowieso aan de andere kant van het land woont, waardeer je de momenten dat je je familie ziet extra.
Als ik bij ‘de Kromo’s’ langs ga – de familie van vaders kant – staat er altijd eten klaar. Rijst, bami, soep, maar ook cakes en javaanse snacks. Ik heb in de afgelopen jaren geleerd dat het averechts werkt om te denken dat je bepaalde voeding niet mag eten. Want wat niet mag, dat wil je juist! Daarom is het voor mij als topsporter veel gemakkelijker om me af te vragen als ik iets lekkers zie: ga ik hier harder van zwemmen? Is het antwoord nee? Dan kan ik het beter laten staan.
Tien dagen niet trainen en veel maar vooral verkeerd eten, kan funest zijn voor een topsporter. Elke kilo die er aankomt, moet er namelijk ook weer af. Ik ben daarom blij dat mijn voedingsdeskundige gisteren weer in het zwembad was. Hij komt maandelijks langs om de vetpercentages en de lichaamsmaten op te meten. Tijdens vakanties is het gemakkelijk om te stijgen in vetmassa en kan de vetvrije massa (waaronder je spieren) afnemen. Gelukkig is dit bij mij constant gebleven. Zelfs na tien dagen niet zwemmen.
Er zijn wel zwemmers die diëten volgen, maar in mijn trainingsgroep gebeurt dat niet.
Ik ben veel in het buitenland en dan is het haast onmogelijk om je aan een heel strak schema te houden of om dezelfde producten te gebruiken als thuis.
Morgen vlieg ik naar Curaçao voor een trainingskamp. Als ik ’Curaçao’ zeg, krijg ik gelijk het gevoel om me te verdedigen. ’Ik ben er om hard te trainen, hoor!’
De voedingsdeskundige heeft voor het trainingskamp een menu samengesteld. Dit betekent niet dat ik alleen droge pasta eet, integendeel. Op deze manier zorg ik ervoor dat ik voldoende van alle voedingsstoffen binnen krijg die ik nodig heb om goed te kunnen trainen. Voeding wordt nog vaak onderschat in de topsport. Te veel is niet goed, maar te weinig zeker ook niet.
Trouwens, voor degenen van wie de goede voornemens nog niet echt willen lukken (bijvoorbeeld gezonder eten). vond ik een mooi filmpje op YouTube: ’No excuses motivation’.
De naam zegt het al: geen excuses!
Onlangs is de NOS bij Ranomi en haar ouders langs geweest in Sauwerd. Terug naar de roots dus! Luister hieronder het interview:
Overal op de wereld hebben de mensen het afgelopen weekeinde afgeteld naar een nieuw jaar. Persoonlijk ben ik drie en half jaar geleden al begonnen aan die ‘countdown’. En nu ben ik dus bij de laatste acht maanden aangekomen…
Ik besef me terdege dat 2012 een bizar jaar gaat worden. Op 1 januari heeft iedereen wensen, goede voornemens en/of plannen. Bij de een is dat wat gedetailleerder dan bij de ander. Het is een understatement om te zeggen dat mijn planning tot en met Londen behoorlijk vast staat. Tot en met de laatste race in Londen – ik zou de exacte datum eerlijk gezegd niet eens kunnen opnoemen – weet ik bijna precies wat ik doe, waar ik ben en wat er gaat komen. Maar het leven ná die laatste race in Londen is nog één grote verassing. Ik kan daar wel over nadenken, maar ik beslis pas na de Olympische
Spelen of ik bijvoorbeeld wel doorga met zwemmen. Goed, twee weken na Londen 2012 vier ik pas mijn tweeëntwintigste verjaardag, maar je maakt een keuze voor vier jaar. Ik doe niet aan ‘we zien wel’. Nog zo’n understatement.
Ergens diep in mijn hart ben ik blij dat de gezellige periode van het jaar is afgesloten. Als genomineerde wilde ik niet ontbreken op het Sportgala, maar je hoeft me niet goed te kennen om te zien (lees: te horen) dat ik me niet had voorbereid. De meeste feestjes, borrels en gala’s heb ik afgezegd, zoals gewoonlijk. Dat is geheel en al mijn eigen keuze. Er is geen coach of stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘doe dat nou niet, Kromo’. Het is ook niet leuk om altijd ‘nee’ te zeggen. Het is veel gemakkelijker om ergens niet bij aanwezig te kunnen zijn, omdat je op trainingskamp bent op Curacao, zoals volgende week bijvoorbeeld.
Ik vind het moeilijk om vooruit te blikken. Mijn agenda bestaat tot de Spelen uit zo’n tien zwem- en vijf krachttrainingen per week. Af en toe zwem ik een wedstrijd, maar de weekeinden worden vooral gebruikt om te herstellen van de inspanningen. Een erg strak schema en voor de niet-topsporters een behoorlijk saai schema. Maar dat ga ik na Londen helemaal goedmaken. Daar maak ik me geen zorgen om. Ik doe ook niet aan goede voornemens. Als ik iets wil, doe ik het. En als ik het niet wil, dan doe ik het niet.
Ik wens u als lezer een plezierig 2012. Leef je eigen leven en maak je eigen keuzes. Soms gebeuren er dingen die je zelf niet in de hand hebt. In dat geval kan ik u maar één tip meegeven: accepteer en relativeer. Ik houd van mijn leven. En zolang ik dat doe, weet ik het zeker: 2012 wordt voor mij een topjaar!
Vorig weekeinde mocht ik deelnemen aan het prestigieuze ‘Duel in the Pool’
in Atlanta. Tijdens deze wedstrijd nemen de beste zwemmers van Europa het op tegen
de beste zwemmers van de Verenigde Staten. Helaas waren wij Europeanen niet met de
sterkste ploeg afgereisd en hebben we dus ‘The Duel’ met een behoorlijk verschil
verloren. Maar dat terzijde.
In 1996 werden in Atlanta de Olympische Spelen gehouden. Wat ik me daarvan
herinner? Heel simpel: niets. Want ik was toen vijf jaar oud en vond andere dingen
veel belangrijker dan die zwemwedstrijden. Voor mijn coach Jacco Verhaeren was
Atlanta zijn eerste Spelen – volgend jaar in Londen staat zijn teller op vijf.
Vijftien jaar na dato kwam Jacco weer in het Georgia Tech Aquatic Centre, het
olympisch zwembad. In 1996 hadden zes van zijn acht huidige zwemmers nog niet
eens een zwemdiploma… Ik durfde hem niet te vragen naar zijn mening over het
zwembad. Persoonlijk vond ik het nogal een betonnen klotsbak, zoiets als de
Papiermolen in Groningen. Tegenwoordig worden tijdens grote toernooien tijdelijke,
snelle zwembaden gebouwd zonder hoge badrand.
Die avond ben ik maar op YouTube filmpjes gaan bekijken van de olympische
zwemwedstrijden van 1996. Mijn eerste reactie was: wat kan
er veel veranderen in vijftien jaar tijd! De startblokken, de belijning, mannen met
haar maar zonder badmuts op… Als je volgend jaar in Londen zo aan de start
verschijnt, ben je bij voorbaat al kansloos.
Maar ook de techniek is in de loop der jaren veranderd. Ik hoop
dat de zwemmers in, pak ‘m beet, 2028 ook zo denken over ons. ‘Kijk die Ranomi eens
zwemmen met dat rare badpak. En dan die beenslag, wat een giller!’ Dat zou
namelijk betekenen dat de zwemsport nog volop in ontwikkeling is en zwemmers nog
steeds records verbreken.
Over records verbreken gesproken: tijdens ‘The Duel’ mocht ik
meedoen met de 4 x 100 meter vrije slag. En laten de vier beste Europeanen
nou net de snelste van de wereld zijn. Ik moet er bij zeggen dat het niet
veel scheelde of de Verenigde Staten had deze race gewonnen. Maar
gelukkig tikte ik als slotzwemster als eerste aan en zwommen we samen naar
de snelste tijd ooit gerealiseerd. Natuurlijk geldt dit niet als officieel
wereldrecord, maar het was wel gaaf om met de beste meiden van de wereld
samen zo hard te zwemmen.
Ik had nooit gedacht dat ik mijn grootste concurrenten ooit zou aanmoedigen, maar
het is wel gebeurd. De Deense Ottesen en de Wit-Russische Herasimenia wonnen tijdens
de WK in Sjanghai ex aequo de 100 vrij en de Britse Halsall – al jarenlang mijn
grootste rivale – geldt voor de Britten als kanshebster in Londen. En die meiden heb
ik dus staan aanmoedigen…
Op dat moment ben je één team en wil je gezamenlijk de beste race zwemmen en als
eerste aantikken. Ik hoop stiekem dat mensen dit lezen en er iets van opsteken.
Politici, bijvoorbeeld. Of dronken voetbalsupporters. Ik bedoel natuurlijk niet om
samen als één Europa de Verenigde Staten te verslaan. Nee, het gaat om wederzijds
respect. Ongeacht de tegenstander.
Tijdens het prestigieuze ‘Duel in the Pool’, de strijd tussen de beste zwemmers van Europa en de Verenigde Staten, heeft het Europese team op de 4×100 meter vrije slag sneller dan het wereldrecord gezwommen.
De equipe van kopvrouw Ranomi kwam in Atlanta tot een tijd van 3.27,53 en dook daarmee 0,69 seconde onder de mondiale toptijd van het Nederlandse team (Ranomi, Marleen Veldhuis, Hinkelien Schreuder en Inge Dekker).
De prestatie van het Europese team wordt echter niet erkend als wereldrecord, omdat de zwemsters uit verschillende landen komen. Naast Ranomi bestond de equipe uit Jeanette Ottesen (Denemarken), Francesca Halsall (Groot-Brittannië) en Aliaksandra Herasimenia (Wit-Rusland).
Eerder op de dag had Marleen Veldhuis de overwinning opgeëist op de 50 meter vrije slag (kortebaan). In het olympische bad van 1996 zegevierde de Nederlandse in 23,43 seconden. Kromowidjojo finishte als tweede in de 23,61 seconden.
Een uur eerder eindigde Ranomi op de 200 vrij als vierde, maar zwom op die afstand met 1.55,77 wel een persoonlijk record.
Ranomi had vrijdag in Atlanta al de 100 meter vrij slag gewonnen. Ze tikte aan in 51,87 en finishte voor de Britse Francesca Halsall (51,95) en Amerikaanse Natalie Coughlin (52,40).
De Amerikaanse ploeg toonde zich in het onderonsje duidelijk de sterkste. De thuisploeg won vrijdag en zaterdag 22 van de 30 wedstrijden en versloeg zodoende Europa met 181,5 punten tegen 80,5. De Verenigde Staten heeft nu alle vijf keer het ‘Duel in the Pool’ gewonnen. Eerst drie keer van Australië, daarna tweemaal van Europa.

De feestdagen zijn voorbij en ik ben weer lekker aan het trainen. Rond kerst en de jaarwisseling neem ik altijd vakantie. Mijn batterij moet weer opgeladen worden, zowel fysiek als mentaal. Ik heb in die tien dagen dan ook niet één baantje gezwommen.
De hele dag op de bank liggen is ook niks voor mij, mijn lichaam is gewend aan vijfentwintig uur training in de week. Als dat ineens ophoudt, zoek ik andere dingen om mijn energie kwijt te kunnen raken, zoals het bezoeken van familie. Ik weet dat veel mensen het zien als een verplichting en liever andere dingen doen, maar wanneer je zoals ik veel in het buitenland bent en sowieso aan de andere kant van het land woont, waardeer je de momenten dat je je familie ziet extra.
Als ik bij ‘de Kromo’s’ langs ga – de familie van vaders kant – staat er altijd eten klaar. Rijst, bami, soep, maar ook cakes en javaanse snacks. Ik heb in de afgelopen jaren geleerd dat het averechts werkt om te denken dat je bepaalde voeding niet mag eten. Want wat niet mag, dat wil je juist! Daarom is het voor mij als topsporter veel gemakkelijker om me af te vragen als ik iets lekkers zie: ga ik hier harder van zwemmen? Is het antwoord nee? Dan kan ik het beter laten staan.
Tien dagen niet trainen en veel maar vooral verkeerd eten, kan funest zijn voor een topsporter. Elke kilo die er aankomt, moet er namelijk ook weer af. Ik ben daarom blij dat mijn voedingsdeskundige gisteren weer in het zwembad was. Hij komt maandelijks langs om de vetpercentages en de lichaamsmaten op te meten. Tijdens vakanties is het gemakkelijk om te stijgen in vetmassa en kan de vetvrije massa (waaronder je spieren) afnemen. Gelukkig is dit bij mij constant gebleven. Zelfs na tien dagen niet zwemmen.
Er zijn wel zwemmers die diëten volgen, maar in mijn trainingsgroep gebeurt dat niet.
Ik ben veel in het buitenland en dan is het haast onmogelijk om je aan een heel strak schema te houden of om dezelfde producten te gebruiken als thuis.
Morgen vlieg ik naar Curaçao voor een trainingskamp. Als ik ’Curaçao’ zeg, krijg ik gelijk het gevoel om me te verdedigen. ’Ik ben er om hard te trainen, hoor!’
De voedingsdeskundige heeft voor het trainingskamp een menu samengesteld. Dit betekent niet dat ik alleen droge pasta eet, integendeel. Op deze manier zorg ik ervoor dat ik voldoende van alle voedingsstoffen binnen krijg die ik nodig heb om goed te kunnen trainen. Voeding wordt nog vaak onderschat in de topsport. Te veel is niet goed, maar te weinig zeker ook niet.
Trouwens, voor degenen van wie de goede voornemens nog niet echt willen lukken (bijvoorbeeld gezonder eten). vond ik een mooi filmpje op YouTube: ’No excuses motivation’.
De naam zegt het al: geen excuses!
Terwijl de gemiddelde student zijn biertjes wegtikt, ligt Ranomi Kromowidjojo in het zwembad. De 21-jarige topzwemster, met een medaillekast vol plakken met diverse kleuren edelmetaal, is naast topsporter ook student. Tenminste, tot eind 2011. Door een tijdje te stoppen met haar studie Business Administration, kan ze zich helemaal focussen op de Olympische Spelen van komende zomer. Een interview over de combi topsport & studeren, ambities, keuzes en toekomstplannen.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: je hebt onlangs besloten je studie een tijdje stop te zetten. Waarom heb je deze keuze gemaakt?
“Ik ben te ambitieus, waardoor ik veel te fanatiek studeer en het zwemmen er onder lijdt. Ik ben echt een voorstander om als sporter te studeren, maar in mijn geval heb ik genoeg te doen richting de Olympische Spelen (juli 2012). Zwemmen staat nu gewoon op nummer 1, alles wijkt daarvoor. Ver daaronder komen pas dingen als school en een sociaal leven. Ik wil alles op alles zetten om de Spelen tot een groot succes te maken.”
Denk je dat je straks de draad weer oppakt qua studie?
“Dat denk ik zeker, mijn plan is om na de Olympische Spelen weer te beginnen. Uiteindelijk wil ik graag een Master halen, al is dat op dit moment nog ver te zoeken. Straks eerst maar eens mijn achterstanden wegwerken. Een voorbeeld voor mij is mijn trainingsmaatje Marleen Veldhuis, zij heeft vorig jaar haar tweede Master afgerond. Ik heb veel respect voor hoe zij topsport, studie en het moederschap combineert.”
Ben je met je studie net zo fanatiek als in het zwembad?
“Dat niet, met een 6-je ben ik tevreden. Maar toch, als ik ergens aan begin, ga ik er wel voor de 100% voor. Vandaar dat ik vanaf januari ook even alles op zwemmen zet. Ik wil graag serieus studeren, maar dat gaat nu gewoon even niet.”
Je volgt je studie Business Administration aan Business School Notenboom in Eindhoven. Vanwaar deze studie en deze school?
“Ik heb deze studie eigenlijk gekozen omdat deze school, een particuliere business school, mij met veel enthousiasme wil begeleiden. Mijn studie is geheel aangepast op het zwemmen. Denk aan veel persoonlijke begeleiding, bijlessen, privé-lessen en opdrachten via de mail en telefoon. Dat gaat erg goed, heel snel. Voor deze opleiding heb ik twee jaar Communicatie gestudeerd aan een ‘normale’ hogeschool. Dat was erg leuk, paste echt bij me. Maar uiteindelijk lukte het niet om stage te lopen op de momenten dat het mij uitkwam.”
Hoe is het om topsport met een studie te combineren?
“De combinatie is zwaar. Zwemmen is heel erg arbeidsintensief, ik train 25 uur per week en 6 dagen in de week. Het is daarom heel belangrijk om voor jezelf duidelijk te hebben wat je doelen zijn, zowel met zwemmen als op school. Het is echt een kwestie van heel goed vooruit plannen. Als je dat met veel discipline doet, dan komt het wel goed. Maar makkelijk is het niet…”
Hoe ziet jouw gemiddelde dag eruit?
“De ochtendtraining is van half 9 tot half 11, daarna doe ik krachttraining of stabiliteitstraining van 11 tot 12. Tussen 12 en 4 heb ik tijd om iets anders te doen dan zwemmen. Meestal slaap ik tussen de middag een uurtje, of ga ik naar school. De middagtraining is van 5 tot 7, waarna ik snel naar huis ga om te koken, te eten en een beetje tv te kijken. En dan vroeg op bed! Op zaterdag train ik in de ochtend, zodat ik daarna nog 1,5 dag weekend heb. Dan is het tijd om leuke dingen te doen, zoals een filmpje kijken en winkelen. Maar soms ben ik ook daar te moe voor. Het belangrijkste is om in het weekend te herstellen.”
Je leidt nou niet bepaald het leven van een ’standaard’ studerend 21-jarig meisje. Baal je er wel eens van dat zoveel andere dingen moeten wijken vanwege het zwemmen?
“Uitgaan en feestjes vind ik leuk, maar daar heb ik gewoon echt geen energie voor. Ik heb echter nooit het gevoel dat ik iets mis, ik krijg ontzettend veel voor terug voor al mijn inspanningen. Het is hard werken, maar ik kom op veel mooie plaatsen, ontmoet heel veel mensen en heb een super goed leven.”
Ik heb nog nooit (nou ja, bijna nooit dan) een voetballer zien studeren. Waarom studeer jij wel?
“In tegenstelling tot de meeste voetballers, zijn zwemmers over het algemeen intelligente mensen die zichzelf graag maatschappelijk ontwikkelen. Dat wordt ook echt gestimuleerd in het zwemwereldje. En het belangrijkste is natuurlijk het financiële aspect, zelfs de beste zwemmers verdienen veel minder dan een voetballer. Uiteindelijk zul je dus ook op de werkvloer je geld moeten verdienen.”
Hoe zie jij je toekomst, als over een tijdje de topsport vaarwel zegt?
“Ik zie mijn toekomst rooskleurig. Mijn studie is erg gericht op ondernemen, misschien richt ik wel een eigen bedrijf op, dat past echt bij me. Ik word in ieder geval geen zwemtrainer en zie mijzelf ook niet een 9 tot 5 baan hebben. Wie weet rol wel het bedrijfleven in, want ik ontmoet nu door het zwemmen heel veel interessante mensen. Ach, ik zie het wel. Eerst zwemmen, dan werken!”
Door Alies Hoitsma